Tenor

Veel muzikanten zijn onder de indruk van het potentieel van de tenor zowel in een ensemble en als solo instrument. Muzikanten zijn meestal verrast als ze ontdekken dat het geen kleine cello is maar een grote viool die een octaaf lager gestemd is.

De corpuslengte van de tenor is afgeleid van de violon, gebouwd door F. Dautrich met snaren zo lang mogelijk om de cello vingerzetting te vergemakkelijken.

“De langzame onderdrukking van de tenor in de 18e eeuw was een ramp, zowel het lage register van de altviool als het hoge register van de cello kunnen de tenor niet vervangen. Het is alsof vocale muziek gezongen wordt zonder tenoren en hun stem verdeeld wordt onder de contra-alto’s en de bassen. Het is essentieel voor alle 17e eeuwse concertmuziek voor strijkers, evenals in een aantal werken van Handel en Bach. In Purcells Fantasy on one note speelt de tenor de constante do. De nood aan een echte tenor in de 19e eeuw wordt bewezen door de vele afgebroken pogingen om een alternatief te creëren.” (Grove’s Dictionary of Music and Musicians)