Het Octet

“De soprano viool heeft een aangename warme klank en wordt zeer gewaardeerd. Ik heb er zelfs een nieuw stuk voor gecomponeerd.”

Professor Mieko Kanno, Sibeliusacademie, Helsinki

“De bassetto heeft een egale klank in alle posities van de laagste tot de hoogste noot. Een zilveren, helder, warm timbre met een scala aan harmonischen. Ik heb nog nooit op een betere bas gespeeld!”

Professor Silvio Dalla Torre, Universiteit voor muziek en drama, Rostock Duitsland

“Ik speelde twee octaven zonder schoudersteun op een mezzo en zei: ‘Ik koop ze!’. Het instrument had een kwaliteit die ik ooit ervaarde toen ik op een J.B. Guadanini mocht spelen.”

Alan Baldwin, Engeland

“Mensen zijn verbaasd hoe rijk en mooi de hoge frequenties in een strijkarrangement klinken. Niet ‘dun’ of ‘bleek’ zoals een gewone viool.”

Ole Hendrik Moe, componist en violist over de violino piccolo, Oslo, Noorwegen.


In 1957 besliste Carleen Hutchins om Henry Brandt te helpen bij zijn zoektocht naar een ensemble van acht instrumenten, met dezelfde klankkleur en kracht als een viool en die de volledige notatie van geschreven muziek aankunnen. Het werd een zoektocht die 30 jaar zou duren.

In 1619 beschreef Michael Praetorius gelijkaardige instrumenten in zijn Syntagma Musica.
Bach schreef muziek voor een aantal van dergelijke instrumenten.
Léo Sir en Frederick Dautrich hebben een soortgelijke moderne strijkersfamilie gebouwd.
Leo Sir bouwde een dixtuor, dat te zien is in het MIM, Brussel, België. De instrumenten van Frederick Dautrich worden bewaard in The Shrine of Music, Vermillion, South Dakota. Eentje daarvan heeft Joris Wouters nog gerestaureerd als hij bij Carleen Hutchins werkte.

Joris Wouters bouwde in begin jaren 2000 het hele octet. Het resultaat van deze strijkersfamilie is zonder meer een muzikaal succes. Elk instrument heeft zijn twee belangrijkste resonanties op dezelfde plaats als de viool: op de twee losse middelste snaren.
Een veel gehoord commentaar: “Pas wanneer je deze instrumenten hoort, besef je wat een klankrijkdom ze bezitten.”